Thomas Alberico: “Ik ben altijd een creatieve octopus geweest” (06/2018)

(Interview: Nadia Mahjoub - Dit artikel verscheen in tijdschrift Spiegel, juni-nummer 2018)

Ik ontmoet Thomas Alberico (38j) voor het eerst in Gent waar hij in maart een sofagesprek voor publiek geeft in het kader van het evenement Letter-Gek van De VVGG (Vlaamse Vereniging Geestelijke Gezondheid). Hij is op dat moment zwaar depressief, maar bundelt zijn energie en krachten om het interview te kunnen geven. Zijn moeder zit in de zaal. Zij brengt hem met de wagen waar hij ook moet zijn: Thomas mag omwille van zijn aandoening niet meer rijden. Hij is dankbaar dat ze er voor hem is en dankbaar voor alle mensen die hem liefhebben, vaak ondanks alles.

Thomas heeft een bipolaire stoornis, hij is een zgn. ‘ultra rapid cycler’, wat impliceert dat hij enorm snel kan switchen tussen stemmingen. Hij heeft ook een angststoornis.

Ik blader door zijn boek ‘Geflipt’ en luister online naar enkele van de talrijke muzieknummers die hij heeft geschreven. Ik ben onder de indruk. Enkele dagen later heb ik een gesprek met hem aan de telefoon.

Ik luisterde naar het nummer ‘Golven’ dat je schreef, het raakte me.
Het is een nummer dat gaat over mijn ziekte. Het komt uit een album waar wel meer nummers op staan over mijn worsteling ermee. Het is volledig door mij gemaakt en afgemixt. Het gaat eigenlijk over het moment waarop ik mijn zoon vertelde over mijn ziekte, hetgeen op zich al een moeilijk maar mooi moment was. Ik moest en zou er iets mee doen. En toen heb ik dit nummer geschreven.

Wanneer uitte je aandoening zich voor het eerst?
Op mijn 27ste kreeg ik mijn eerste depressie, op mijn 30ste mijn eerste manie. Mijn ziekte bepaalt mijn leven voor een heel groot deel. Zo kan ik niet meer werken, schommel ik razendsnel van hoog naar laag en moet ik mijn leven vol structuur houden. Maar ik focus niet op wat ik niet meer kan, veeleer op wat ik nog wel kan. Zoals getuigenissen en vormingen geven, en creatief bezig blijven.

Ik ben beeldend kunstenaar van opleiding. Daarnaast maak ik veel muziek, ben ik schrijver, fotograaf en bezig aan een dichtbundel. Ik ben altijd een creatieve octopus geweest. Door mijn ziekte kan ik niet meer gaan werken, maar ik blijf mezelf forceren om af en toe creatieve dingen te doen. Koppigheid is een van mijn karaktertrekken. 

Is er volgens jou een link tussen je creativiteit en kwetsbaarheid?
Er is zeker een link. Veel van wat ik maak of doe heeft te maken met mijn ziekte. Het werkt soms therapeutisch voor mij. Maar soms neem ik er ook afstand van, en schrijf ik gewoon over het leven of de liefde.

Wat betekent creativiteit voor jou, uitgedrukt in slechts enkele woorden?
Creativiteit associeer ik met hoop, met therapie, ook met bezigheid en structuur. Het is voor mij ook een levensdoel. 

Vaak lijkt de hoop ver weg in mijn leven. Ik heb mezelf in een zware depressie met de wagen ooit op een afdeling intensieve zorgen gereden. Ik heb ook een paar ‘bescheidenere’ pogingen achter de rug. Momenteel zit ik ook zeer diep. Door mijn extreme schommelingen wordt de hoop vaak op wrede manier van me weggerukt. 

Op welke manier is creativiteit voor jou therapeutisch?
Als ik gedichten schrijf over mijn ziekte ben ik automatisch bezig met mijn aanvaardingsproces en daardoor dus ook met mijn herstel. Ik hou in mijn agenda een soort dagboek bij. Ik schrijf elke dag hoe die dag is geweest, dat vormt voor mij een klein lichtpuntje, hoe slecht ik me ook voel. Het is op basis van die dagboeken dat ik het boek ‘Geflipt’ heb kunnen samenstellen. Toen ik werkte aan het boek, bleef ik verder schrijven, ook wanneer ik er volledig door zat. Het was ergens een houvast. Creativiteit is voor mijn herstel minstens even belangrijk als medicatie en psychiatrische opvolging. 

Het schrijven vormt ook een geheugensteun. Ik heb anderhalf jaar geleden verschillende ECT-behandelingen ondergaan (nvdr: elektroconvulsietherapie, in de volksmond ook wel elektroshocks genoemd). Ik had daardoor flink last van gaten in mijn geheugen. Dat zou volgens de artsen na een drietal maanden weer beter gaan, maar we zijn nu meer dan een jaar later en mijn geheugen werkt nog steeds niet naar behoren. Ik kan zelfs mijn eigen muzieknummers niet onthouden. Als ik zou willen optreden, moet ik mijn tekst op papier voor ogen hebben, dat vind ik jammer. 

Welk doel streef je na met je creatief werk? 
Misschien is dat een narcistisch kantje van mij: ik wil graag erkenning krijgen voor wat ik maak en wat ik meemaak. Wat de muziek betreft schrijf ik, wanneer het goed gaat, makkelijk 4 tot 5 albums per jaar bij elkaar. De helft van mijn muziek heeft een link met mijn ziekte. Met het boek ‘Geflipt’ wil ik mee helpen het taboe rond bipolaire stoornis te doorbreken. 

___________________

“Do you wanna be di king?”, één van de talrijke muziekreleases van 'a thomas', de naam die Thomas gebruikt voor zijn muziek. Te beluisteren op bandcamp.com

Het nummer ‘Golven’, dat vermeld staat in dit interview, vind je op YouTube. Zijn andere nummers kan je beluisteren op www.athomas.bandcamp.com.

 

Thomas Alberico
Geflipt. Leven met een bipolaire stoornis
Willems Uitgevers (2017)