Wat doet corona met jou? Een bevraging onder onze leden

Bevraging en verslag: Anneke Krols - Illustratie: Luka Vandeghinste
 

Ongeveer een maand na de officiële lockdown en invoering van de coronamaatregelen, bevroegen we onze leden naar de invloed hiervan op hun psychisch welzijn. De bevraging liep van 14 tot 21 april 2020. Er werd snel en uitgebreid gereageerd. In totaal vulden 175 respondenten een online-vragenlijst in. We ontvingen reactie uit alle regio’s.  Uit de resultaten kunnen we besluiten dat de maatregelen wel degelijk een invloed hebben op onze geestelijke gezondheid, al dan niet negatief. Want er blijken ook wel wat positieve effecten te ontstaan. Corona maakte ons angstiger, maar vertraagde ook het maatschappelijke ritme. De wijze van hulpverlening is sterk gewijzigd. Ze is afstandelijker geworden, minder frequent en verkort in tijd. Telefonische therapiesessies of gesprekken via videocontact zijn de norm geworden. In een aantal situaties werd de hulpverlening uitgesteld of stopgezet, al dan niet op vraag van de hulpzoekende. Bij medicatiegebruik zien we een toename in het gebruik van angstremmers en slaapmedicatie. We bereikten slechts weinig respondenten in opname. Daarom is het moeilijk om echt geldige uitspraken te doen voor deze lotgenoten. We duiken graag wat dieper in de resultaten met jullie.


Het onderzoekskader

Via een algemene mailing naar onze leden en een berichtgeving op de vertrouwde Facebookpagina, verspreidden we een online-bevraging opgesteld met Google-formulieren.
175 respondenten reageerden vanuit alle Vlaamse regio’s en Brussel. De meeste reacties ontvingen we vanuit de provincie Antwerpen en Vlaams-Brabant. De overgrote meerderheid van de bevraagde leden woont in de thuissituatie, alleen (42%) of met partner/gezin (53%). We konden slechts enkele leden bereiken die in opname waren in PZ, PAAZ of een andere instelling.
 

De invloed van de coronamaatregelen op het individuele psychische welzijn

79% van de respondenten geeft aan dat de coronamaatregelen een sterke tot uitermate sterke invloed hebben op hun psychisch welzijn. Maar ook ongeveer 1 op de 5 respondenten ervaart geen tot eerder weinig invloed van de coronamaatregelen op het subjectieve algemene psychische welzijn. Wanneer we de verdere toelichting van heel wat respondenten lezen merken we een belangrijke nuancering op. Namelijk dat we er niet van mogen uitgaan dat de sterke tot uitermate sterke invloed telkens als negatief wordt ervaren.

Veel gerapporteerde toegenomen negatieve gevoelens zijn: gebrek aan fysiek sociaal contact, wegvallen van een duidelijke dagstructuur en rustgevende routine, eenzaamheid en verveling, toegenomen somberheid en moedeloosheid, nieuwe of oude angsten die de kop opsteken, ontoereikendheid van de hulpverlening (geen face-to-face contacten).

Enkele getuigenissen van positieve invloeden :

“Als heel sensitief persoon met snelle overprikkeling is deze periode zonder druk en verplichte activiteiten een zegen.”

“Nu de wereld in zekere mate is "stil" gevallen, heel veel mensen in hetzelfde schuitje zitten en in "hun kot" blijven, ervaar ik veel minder storende prikkels en ben ik rustiger, gelukkiger.”

“Ik heb een paniekstoornis en ben hoogsensitief. De eerste weken kreeg ik veel aanvallen. Intussen ben ik vreemd genoeg gekalmeerd en ben ik net rustiger dan anders doordat er minder prikkels zijn door de lockdown.”

Bij de meerderheid van de bevraagden is de angst omwille van corona in zekere mate toegenomen, maar niet per se in sterke mate. Ongeveer 1 op 3 (33%) voelt zich helemaal niet of weinig angstiger. Slechts 11% voelt zich heel sterk angstiger geworden. Het vermoeden is wel dat bij deze kleine groep er voordien ook al een sterkere vorm van angstklachten aanwezig was. En dat de coronamaatregelen dus als een trigger werken voor het uitlokken van oude angsten: CPTSS, smetvrees, … . In de meeste gevallen gaat het om de algemeen gedeelde angst om ziek te worden of om anderen te besmetten met Covid-19. Ten slotte is er een toename in sociale angsten, zoals zich minder naar buiten willen begeven of meer wantrouwen naar anderen toe (niet of onvoldoende naleven van beschermingsmaatregelen).

Bij 1 op 5 van de respondenten die medicatie gebruiken, werd de medicatie (tijdelijk) verhoogd of werd er tijdelijk extra medicatie voorgeschreven. Op basis van de extra toelichting die de leden bij deze vraag gaven, kunnen we concluderen dat dit vooral slaapmedicatie, angstremmers en de verhoging van antidepressiva betreft.
 

Zelfzorg

We stellen bij de respondenten heel wat veerkracht vast om met deze ‘andere’ tijden om te gaan. De grotere meerderheid haalt zelfzorg uit sociale contacten via telefoon of digitale media en regelmatig bewegen (wandelen, fietsen, lopen, yoga, …). Men maakt tijd voor creatieve bezigheden, voor huishoudelijke taken, om boeken te lezen of series te kijken. Uit een minderheid van de reacties, maar evenzeer belangrijk om te vermelden, blijkt dat sommige respondenten minder tot zelfzorg kunnen komen en stilaan een structuur verliezen. Ze voelen een drang om zich continu bezig te houden en leggen daarom juist een grotere druk op zichzelf. Of hun manieren van zelfzorg bevonden zich buitenshuis (beweging, vrijwilligerswerk, hobby’s, sport, …), maar de angst om besmet te geraken houdt hen meer binnen.
 

Verandering in de (ambulante) hulpverlening

De meerderheid van de respondenten (73%) geeft aan een duidelijke tot uitermate sterke invloed van de coronamaatregelen te ervaren op hun hulpverlening binnen de geestelijke gezondheidszorg. 43% ervaart een sterke tot uitermate sterke invloed op de hulpverlening.

De ervaring in hulpverlening en het aanbod aan hulpverlening is sterk gewijzigd op verschillende manieren:

  • Therapiesessies met psychiaters/psychologen zijn weggevallen, uitgesteld of zijn in duur en intensiteit sterk verminderd
  • Therapiesessies via telefoon of videochat vormen de norm, maar worden door de meeste respondenten als minder ondersteunend ervaren.
  • Hulpverleningsdiensten die dagstructuur en –invulling bieden zijn helemaal weggevallen : dagcentrum, activiteitencentrum, dienstencentrum, arbeidsbegeleiding, …
  • Heel wat respondenten durven hulpverleners niet raadplegen, of stellen doktersbezoeken uit.
  • Enkele respondenten geven aan dat de hulpverlening abrupt werd beëindigd.

Enkele getuigenissen:

“Ik kom moeilijk tot spreken en al zeker aan de telefoon of online. Ik heb veel nood aan fysieke gesprekken. De huidige situatie heeft dus een heel sterke invloed op de hulpverlening voor mij. Daarnaast kan ik de nazorg na mijn opname niet opstarten zoals gepland en zijn gesprekken met nieuwe therapeuten tot nu toe nog geen succes.”

“Mijn psychotherapeute kan ik niet meer zien. Dat is normaal gezien wekelijks. Zij kan wel bellen, maar ik haat telefoneren. Afspraak is daarom dat ik haar mail als ik het lastig heb. De psychiater is afgezegd, en mijn medicijnen bouw ik op eigen houtje af.”

Heel wat respondenten geven aan dat ze blij zijn dat therapie via telefoon of videochat een alternatief biedt, maar dat het toch de oorspronkelijke manier van face-to-face hulpverlening niet kan vervangen. Men voelt zich veel geremder in het leggen van contact en in het praten over gevoelens. Het contact met de hulpverlener voelt onpersoonlijker, afstandelijker, … Men kan moeilijker tot een gesprek komen. De sessies duren vaak ook veel korter. Ten slotte is men meer bezorgd over de vertrouwelijkheid en privacy. Gesprekken dienen soms door te gaan met andere personen uit de eigen omgeving (partner, kinderen) in de buurt.  Een minderheid van de respondenten is tevreden met deze nieuwe manier van therapie, omdat ze zich minder moeten verplaatsen en omdat de therapie korter is en vlotter verloopt.

In andere situaties is de therapie (tijdelijk) stopgezet, soms omdat de hulpverlener zelf geen telefonisch of online aanbod doet… maar meestal omdat de respondent dit zelf niet wenst als alternatief voor face-to-face contact. Bij een aantal respondenten gaan therapiesessies nog wel in direct contact door, mits een aantal veiligheidsvoorschriften worden nageleefd (voldoende afstand, mondmaskers, …), of door te kiezen voor creatieve oplossingen zoals een “wandeltherapie”.


Ten slotte: wat wij jullie nog wensen mee te geven … (enkele fragmenten)

“Ik merk bij mezelf toch ook dat er uitdagingen zijn die ik wel aanga en die ik vroeger niet deed. Ik focus mij nu vooral op socialiseren en daarin actie te ondernemen. Zoals bellen, skypen, en wandelingen plannen. Met mensen die ik wat beter ken en ook met mensen die ik nog niet zo goed ken. Ik experimenteer daar nu wat mee omdat de gelegenheid ideaal is. Velen zitten thuis en hebben ook niet altijd iets omhanden, wat de kans om tijd voor elkaar te maken vergroot. Vooral omdat sociale contacten maken en onderhouden voor mij een grote drempel is. Dus toch een heel positieve kant voor mij aan deze hele situatie.”

“Niets is voor altijd. Ik geniet van de opgelegde cocon samen met mijn gezin, om straks opnieuw een weg te bewandelen waar iedereen hopelijk een stukje zal meenemen uit de huidige periode (ik noem dit geen crisis begrijpelijkerwijs) beseffende dat stilte en jezelf nestelen in de schaduw van de dagelijkse ratrace een grote zegen is.”

“Het maakt deel uit van mijn kwetsbaarheid dat ik deze tijd ook best goed doorspartel... mijn kwetsbaarheid wordt nu ook minder uitgedaagd door de beperktheid in (nieuwe) (verplichte) contacten... ik hou wel mijn hart vast voor nadien!”

Biedt deze coronaperiode ook kansen? Stof om eens over na te denken samen.

>>> Naar de uitgebreide analyse van de resultaten van de bevraging (pdf)