We hebben nood aan nederigheid in de psychiatrie

Brenda Froyen, auteur en webredacteur van Psychosenet.be schreef in naam van UilenSpiegel op 28 juni 2019, naar aanleiding van het debat over antidepressiva en hun mogelijke bijwerkingen (in verband met de herdenking van Yasmines zelfdoding 10 jaar geleden), een opiniestuk in De Morgen. Over antidepressiva, de nood aan nederigheid in de psychiatrie en het belang van de stem van familie en patiënten.

In een interview met De Morgen nuanceerde psychiater Thomas Pattyn deze week een aantal zaken rond het gebruik van antipsychotica (DM 26/6). Dat deed hij naar aanleiding van een artikel in dezelfde krant (DM 25/6), waarin klonk dat pillen soms suïcidale neigingen kunnen triggeren. ‘Er is nooit enige evidentie gevonden dat antidepressiva het risico op suïcide zou verhogen,’ zei Pattyn. En daarmee was voor de psychiater de discussie gesloten. Ook enkele psychiaters op Twitter reageerden, dat er helemaal geen debat was en dat Martine Prenen, de vriendin van Yasmine, bezwaarlijk een expert genoemd kon worden.

Het blijft niet bij één pilletje
Een slag in het gezicht van vele patiënten en naasten die zich grote zorgen maken over de vele medicijnen die er voorgeschreven worden. Niet het minst omdat de onderzoeken waar Pattyn over spreekt, het niet hebben over de combinatie van medicijnen. Het blijft niet bij één pilletje. Wie zwaar psychisch lijdt, krijgt wel heel wat meer te slikken. Hoe die medicijnen precies met elkaar interfereren, is vaak koffiedik kijken.

‘We zouden die middelen echt niet voorschrijven wanneer ze niet zouden werken bij het ziektebeeld van de patiënt’, stelt Pattyn. Een op zijn beurt weinig genuanceerde uitspraak die deels voorbijgaat aan de complexiteit van de psychiatrische discipline. Het wekt de indruk dat ‘die middelen’ altijd voor iedereen werken, los van contexten of trauma’s. Patiënten, psychiaters én familieleden weten hoe moeilijk de zoektocht is naar het juiste medicijn, want wat voor de ene patiënt werkt, werkt daarom niet voor de andere. Ongeacht wat de onderzoeken zeggen, blijft het alert zijn, afwachten, opvolgen hoe elk individu op een bepaald medicijn reageert.

Ervaring van familie
Precies daar spelen familieleden en patiënten een cruciale rol. Naast die ‘professionele kennis’ van de psychiater, vaak gebaseerd op onderzoeken, is er immers een andere bron van informatie die vaak miskend wordt in de geestelijke gezondheidszorg: de ervaringskennis van patiënten en familie. Zij kunnen als geen ander aangeven hoe het gaat, welke veranderingen zij ondervinden.

In de patiëntenvereniging vzw UilenSpiegel wordt geregeld aangegeven dat na het nemen of overstappen op bepaalde antidepressiva de zwarte, en ook suïcidale gedachten toenemen voor een poosje. Daarna wordt het vaak beter. Maar er kan wat gebeuren tijdens dat poosje. Het feit dat hier zo lichtjes over wordt gegaan, maakt de patiënt monddood en zet familie buiten spel. En nee, de onderzoekstatistieken brengen op dat moment geen soelaas.

‘Antidepressiva en medicatie tegen angstaanvallen hebben mijn leven gered,’ stelt ook Ann De Craemer in haar column als reactie op het artikel. Ook die uitspraak behoeft nuancering. Omwille van het complexe proces is het zeer moeilijk te duiden wat precies tot het herstel heeft bijgedragen. Uitspraken als deze zijn geworteld in een onterecht vooruitgangsdenken dat erg hoge verwachtingen creëert. Bovendien zorgt het ervoor dat patiënten misschien te snel naar medicatie grijpen of net het recht niet meer hebben om hun bedenkingen en bezorgdheden te uiten.

In vraag blijven stellen
‘We moeten blijven debatteren,’ stelt professor psychiater Jim van Os, als ik hem na het lezen van het artikel kort erover telefoneer. In Nederland en in Engeland zijn er wel veel discussies over de impact van psychotrope medicatie. ‘En dat is hoogst noodzakelijk,’ stelt van Os. ‘Met psychotrope medicatie kunnen we het gedrag effectief niet voorspellen, precies dat maakt dat er ook risico op suïcide kan zijn, al is die kans misschien klein. We moeten ons dus ten allen tijden in vraag blijven stellen en blijven debatteren.’

Martine Prenen is, als vriendin van Yasmine, wel degelijk expert. Ze mag gehoord worden. En haar uitspraak verdiende zeker nuancering, maar die van de psychiater ook. De psychiatrie is een jonge wetenschap. Er is veel meer dat we niet weten, dan wat we wel weten. Zeggen dat er geen twijfel noch debat is over de werking en mogelijke, ook suïcidale, bijwerkingen van antidepressiva is misschien een bewijs van het gebrek aan nederigheid van de psychiatrie.

Dit is geen pleidooi tegen antidepressiva. Zeker niet. Psychiatrie is een van de moeilijkste en meest complexe disciplines. Precies daarom is dit een ode aan de hulpverleners die blijven debatteren, die blijven nuanceren, maar vooral die blijven luisteren naar familie, patiënten en hun bezorgdheden.